cross-column

cross-column
japanse dichtvormen

25-04-17

de achtergrond van de tanka


de achtergrond van de tanka

Een gouden gloed ligt
over het avondwater
totdat een schip komt
het blauw weer openploegend
- schijn en wezen saamvloeiend.

 (anoniem, tussen 860 en 1100)

“De grote lyriek van Japan vond al vroeg – zesde, zevende eeuw – haar vaste vorm in de tanka ofwel ‘kort lied’. Dit is een kort gedicht van vijf regels, verdeeld in 5-7-5-7-7 lettergrepen, waarin een diep gevoel direct door een verwant natuurbeeld wordt uitgedrukt.                                                                  

Vanuit het keizerlijk hof, waar de grote dichters woonden, werden deze verzen door reizende zangers in het hele land vertolkt; zij gingen van mond tot mond en velen dichtten zelf op deze wijze verder. De eerste grote keizerlijke poëzieverzameling van Japan, de Manyoshu (ca. 760), bevatte dan ook vrij veel anonieme verzen, soms in dialect.  Honderdvijftig jaar na de Manyoshu, in 905, kwam opnieuw op keizerlijk bevel een verzameling van Japanse gedichten tot stand, door nog twintig keizerlijke verzamelingen gevolgd, tot de bloeitijd van de tanka, rond 1350, voorbij was.                               
Na 1880, in de Meiji-periode, leefde de tanka-dichtkunst weer krachtig op. En momenteel zijn er in Japan zelf zo’n driehonderd tanka-periodieken, naast vijfhonderd voor haiku, en vele scholen, leraren en clubs.  

Nu is de tanka wel een bijzonder mooie, lenige versvorm in haar tweevoudigheid: de eerste drie regels vormen de ‘bovenstrofe’, de laatste twee de ‘onderstrofe’. Juist als in ons sonnet kan de onderstrofe een echo in andere toonaard, een nieuw beeld of conclusie of vraag uitdrukken. Maar door de aard van de Japanse taal is de tanka vrijer: geen metrum of rijm bepalen haar en bovendien is zij veel korter dan het sonnet. “

Bovenstaande tanka en citaat zijn uit: Japans gedicht, J. van Tooren, Meulenhoff A’dam, 1985.

Dé site om kennis te maken met (hedendaags Nederlandstalige) tanka’s is ongetwijfeld: www.tanka-kyoka-sedoka.com

Heel hoog in de lucht
gaan vogels naar waar jij woont -
hun halzen gestrekt.
Ik kijk ze na, kijk ze na
vastgenageld aan de grond.

(Truus de Fonkert, Vuursteen, herfst 1984)      

Geen opmerkingen:

Een reactie posten